De treingestuurde fabriekssystemen
In de afgelopen vijftien jaar hebben ook verscheidene fabrikanten van modeltreinen systemen ontwikkeld voor de modelbaanautomatisering. Voor dit aandachtsgebied een steeds groeiende belangstelling. Tijdens elke bijeenkomst zijn gebruikers van die systemen aanwezig om hun ervaringen uit te wisselen en nieuwe informatie te vergaren.
Twee verschillende systemen zijn uitgegroeid tot wereldstandaard. Dit zijn het Märklin-systeem (Motorola-formaat) dat vooral in Europa goed is ingeburgerd en het systeem volgens de DCC-standaard dat vooral in de Verenigde Staten is uitgegroeid tot het standaardsysteem en dat ook in Europa steeds meer gebruikt wordt. Binnen de hccm wordt aan alle systemen aandacht besteed, dus ook aan Selectrix, Lenz enz..
Overeenkomsten en verschillen
De voornaamste overeenkomst tussen het hccm-systeem en de overige digitale systemen bestaat hieruit, dat de modelbaan wordt bestuurd met behulp van een computer.
De belangrijkste verschillen zijn:
- het systeem van de hccm bestuurt de treinen door de spanning in elk blok te regelen door middel van een blokkaart en het is een volledig zelfbouwsysteem;
- de overige digitale systemen besturen de treinen via een in de locomotieven ingebouwde decoder; de benodigde decoders en besturingshardware zijn kant-en-klaar in de winkel verkrijgbaar.
De bij het hccm-systeem nodige elektronica bevindt zich niet in de locomotieven, maar in het interface, terwijl de elektronica zich bij de overige digitale systemen zowel in de locomotieven, als onder de baan, als in de centrale bevindt.
Beide systemen hebben dan ook hun eigen voor- en nadelen. Eén van de voordelen van het hccm-systeem is bijvoorbeeld dat er aan de treinen niets verbouwd hoeft te worden: er hoeft geen decoder te worden ingebouwd. Een voordeel van de andere systemen is dat de treinen nauwkeuriger te besturen zijn en er ook meer dan één locomotief binnen hetzelfde blok kan worden bestuurd. Ook kunnen diverse functies zoals binnenverlichting of een rookgenerator op afstand apart worden in- en uitgeschakeld. Tegenwoordig zijn vele locomotieven trouwens vanuit de fabriek al voorzien van een decoder, of zijn voorbereid op inbouw daarvan.
Een belangrijk element in de keuze tussen de verschillende systemen speelt natuurlijk ook de prijs. De grootste kostenpost bij het hccm-systeem zit in de blokken; de grootste kostenpost bij de overige systemen zit in de decoders in de locomotieven. Globaal betekent dit dat een grote baan met weinig locomotieven goedkoper geautomatiseerd kan worden met de nieuwe fabriekssystemen terwijl een kleinere baan met veel locomotieven goedkoper geautomatiseerd kan worden met het hccm-systeem.
Na het ontstaan in 2000 is het treinbesturingsprogramma
Er zijn nog veel meer overeenkomsten en verschillen tussen de verschillende systemen. Tijdens de bijeenkomsten kan hierover van gedachten worden gewisseld.